|
Een 10.000 jaar geleden begonnen de Maleisische Inboorlingen (Orang Asli), weg te trekken uit Zuid-China naar het Maleisische schiereiland (Peninsular). Dit kwam onder het bewind van het Cambodjaanse (Funan), het Sumatraanse (Srivijaya) en het Javaanse (Majapahit) Keizerrijk. In 1405 arriveerden de Chinezen in Melakka en bijna op hetzelfde ogenblik kwam ook de Islam , via Arabische en Indiase handelaars in het land en verspreidde zich vliegensvlug. Na de bekering van de hindoeïstische vorsten van het sultanaat Melakka (het Maleise koninkrijk aan beide zijden van de Straat van Malacca), werd de islam de religie van de Maleiers. Melakka was een grote en bedrijvige haven, van waaruit de Chinezen handel dreven met Indië. Dit werd al vlug opgemerkt door de meeste Europeanen. Het duurde dan ook niet lang voor de Portugezen Melakka bereikten en in 1511, na het nodige geweld te hebben gebruikt, waarbij de Sultan naar het zuiden (Johor) vluchtte, de controle overnamen. De Nederlanders, bootreizigers in hart en nieren, hadden onderweg naar Indonesië ook hun oog laten vallen op Melakka. Na het nodige bloedvergieten, namen zij, in 1641, de macht in handen. De Britten, in die tijd, ook al de meeste wereldzeeën bevaren, waren in 1786, in de haven van Penang gevestigd. De Nederlanders waren niet zo geinteresseerd in Melakka en deden in 1824 een ruil met de Britten voor Bencoolen op Sumatra. De Engelsen dreven handel met de inheemse bevolking, voornamelijk kruiden en ander exotische producten, brachten ze mee naar Europa. Tijdens hun kolonialisatie van Peninsular Malaysia, ontdekten ze een belangrijke grondstof, tin. Oost-Maleisë kwam in Britse handen via de avontuurlijke Sir James Brook. Hij werd benoemd tot "White" Rajah of Sarawak in 1841, door de Sultan van Brunëi. Dit nadat hij een opstand tegen de Sultan en de "North Borneo Company" (vanaf 1882 Sabah), door plaatselijke stammen en piraterij in Sarawak, in de kiem had gesmoord. Gedurende de 19de eeuw zijn de Maleisische Deelstaten gevormd. Tijdens WOII, bezetten de Japanners grote delen van West-Maleisië. Pas na WOII, had Engeland de volledige controle over Sarawak en Sabah. De Engelsen wilden al vlug de rubberplantages en de tinmijnen op volle productie krijgen, maar wegens te weinig arbeidspotentieel, brachten ze extra werkkrachten uit Indië mee. Vandaar de aanwezige mix in voornamelijk West-Maleisië. De Britten creëerden in 1946 de "Malayan Union", maar werd in 1948 al omgevormd tot de "Federatie van Malaya". Communistische guerrillastrijders (voornamelijk Chinezen) die tijdens de bezetting tegen de Japanners hadden gevochten, begonnen in 1948, een gewapende strijd tegen de Engelsen. Op 31 augustus 1957 verkreeg de "Federatie van Malaya" zijn onafhankelijkheid. Op 16 september 1963 vormde Malaya, samen met Singapore, Sarawak en Sabah, Maleisië. Brunëi, met zijn eigen rijkdommen, weigerde toe te treden. In 1965 trok Singapore zich terug uit de Federatie, die tegenkantingen kreeg van de Filippijnen en Indonesië. Beiden eisten land op in Oost-Maleisië (Sabah). Indonesische troepen staken de grens over en vochten (1963-1966) tevergeefs tegen de Maleisiërs die werden bijgestaan door Commonwealth troepen. In 1969 braken er hevige rellen uit tussen Chinezen en Maleisiërs. Maar sedert dan, zijn de verschillende rassen in Maleisië, vreedzaam met elkaar beginnen omgaan en samenleven.
31 augustus 1957 - Tunku Abdul Rahman, de eerste premier van Malaya tijdens de onafhankelijkheids ceremonie in het Merdeka Stadium van Malacca
(Foto: Arkib Negara Malaysia). In 2003 werd de vijfde premier Abdullah Badawi verkozen.
|